Pompnet, dé website over insulinepomptherapie

Infuussets

Een infuusset is een ‘slangetje’ die de ampul met insuline die in de pomp zit, verbindt met het naaldje dat in de huid is ingebracht.

Er zijn verschillende soorten infuussets:

  • Metalen naaldjes die loodrecht worden ingebracht.
  • Teflon naaldjes die met de hand of met een hulpmiddel, de zogenoemde inserter, worden ingebracht. Wanneer de infuusset geplaatst is, trekt u het metalen naaldje dat in het teflon laagje zit terug uit de canule. Alleen de teflon canule blijft dan achter in het onderhuids weefsel. Omdat teflon meebeweegt met het lichaam is dit naaldje nauwelijks voelbaar en is de kans op huidirritaties klein.

Infuussets zijn er in verschillende slanglengtes, van 20 cm tot 110 cm. Afhankelijk van waar u de insulinepomp draagt, bepaalt u de slanglente. Mannen dragen de insulinepomp vaak in het zakje van hun overhemd en hebben daardoor een wat langere slanglengte nodig. Pompgebruikers die de insulinepomp aan een buikband vastkoppelen, kunnen volstaan met een korter slangetje, net als kleine kinderen. Kinderen hebben de naald veelal ingebracht in hun bovenbil en dragen de pomp aan een buikband en kunnen daardoor een korte slang gebruiken van 20 of hooguit 30 cm. 

De infuussets met een teflon canule zijn verkrijgbaar in verschillende naaldlengtes. Zo zijn er korte naalden (6 mm tot 12 mm lengte) die loodrecht worden ingebracht. Ook zijn er iets langere naalden die schuin ingebracht moeten worden, variërend van 13 mm tot 17 mm. 

Dit is een veelgestelde vraag, waar geen eenduidig antwoord op te geven is. Want, u kunt deze prikken op de plek die voor u het prettigst is. Er zijn heel wat plekken waar u de infuusset kunt dragen, als er maar wat onderhuids vet zit. De meest gebruikte plekken zijn: buik, bovenbenen, de zijkanten van de onderrug en de bovenkant van de billen. Ook de bovenarm kan gebruikt worden en er zijn zelfs vrouwen die de infuusset in hun borst dragen, net naast hun decolleté. Waar u de infuusset draagt hangt dus af van uw persoonlijke voorkeur. Wat u beter niet kunt doen is plekken gebruiken met littekens of striae of met veel zichtbare bloedvaten.

De naald van de infuusset mag geen pijn doen. Wel kan een stalen naaldje iets gevoeliger zijn dan een teflon naaldje. Wanneer de teflon naald op de juiste manier is ingebracht, is deze beslist niet te voelen. Voelt het wel pijnlijk aan, dan is de naald niet goed geplaatst en moet een nieuwe naald ingebracht worden.

Bij het inbrengen van de infuusset is het belangrijk erop te letten dat er geen luchtbellen in de slang zitten. Op de plaats van de luchtbel bevindt zich namelijk geen insuline. Hierdoor loopt u het risico dat er langere tijd geen insuline in uw lichaam komt. Omdat er bij insulinepomptherapie geen insulinevoorraad in het lichaam aanwezig is, neemt de kans op een hyper sterk toe. Luchtbellen moeten dan ook verwijderd worden uit de infuusslang. U kunt dit doen door de pomp af te koppelen en een extra insulinebolus te geven, totdat de infuusslang volledig gevuld is met insuline.

De infuusset wordt op de huid vastgezet met een pleister. Behalve deze fixatie van de infuusset met een pleister zijn er ook katheters die uitgevoerd zijn met een zelfklevende ‘vleugel’. De rand en/of vleugel van deze katheters is gemaakt van een soepele weefstof die aan de achterzijde voorzien is van een zelfklevende laag. Tip: maak een zogenoemde ‘trekontlastingslus’. Een extra lus die u met tape vastplakt zodat de infuusset niet per ongeluk uit de huid kan worden getrokken.

In verband met de kans op huidproblemen is het aan te raden de infuusset niet langer dan drie dagen in de huid te laten zitten. De huid rond de insteekplek kan na enkele dagen geïrriteerd raken en zelfs ontsteken. Soms moet de infuusset eerder worden verwisseld. Bijvoorbeeld wanneer de infuusset niet lekker meer zit of bij tekenen van een ontsteking rond de insteekopening (roodheid, jeuk, pijn). Ook kan de insuline aan het eind van de naald of teflon canule gaan kristaliseren als deze te lang blijft zitten. Dit heeft een verstopping tot gevolg. 

Ons advies is om uw zorgprofessional om instructies te vragen. 

Bij een allergische reactie is het goed om verschillende soorten infuussets te testen en zo mogelijk 48 uur te laten zitten. Als dat niet voldoende helpt, kunt u onder de infuusset een extra pleister uitproberen, zoals bijvoorbeeld Tegaderm. Een andere mogelijkheid is het gebruik van een Cavilonspray; die brengt een soort filmlaagje aan op de huid dat 48 uur blijkt zitten. Voordat u de spray gebruikt, moet de huid wel goed droog zijn; het filmlaagje verwijderen is bijna nooit nodig. Cavilonspray wordt helaas niet vergoed door de zorgverzekeraar. 

Een infuusset verbindt de ampul met insuline die in de insulinepomp zit met het naaldje dat in de huid is ingebracht. Er zijn verschillende soorten infuussets. Sommige mensen geven de voorkeur aan een metalen naaldje dat loodrecht ingebracht kan worden. De meeste pompgebruikers kiezen voor een teflon naaldje omdat teflon meebeweegt met het lichaam: dit naaldje is nauwelijks voelbaar en de kans op huidirritaties is klein. Deze kunt u met de hand inbrengen of met een hulpmiddel, de zogenoemde inserter. Wanneer de infuusset geplaatst is, trekt u het metalen naaldje dat in het teflon laagje zit terug uit de canule. Alleen de teflon canule blijft dan achter in het onderhuidse weefsel.