Pompnet, dé website over insulinepomptherapie

Insulinepomp

Stapt u over op de insulinepomp of komt u binnenkort in aanmerking voor een nieuwe insulinepomp? Welke kiest u dan? Er is zoveel keuze. Wilt u een insulinepomp met een infuusslang, vindt u het belangrijk dat u de pomp kunt combineren met een glucosesensor, wilt u een afstandsbediening of vindt u dat niet belangrijk? We helpen u graag op weg om de pomp te kiezen die het beste bij u past.

Daarom hebben we een groot aantal vragen voor u op een rij gezet. Zodat u een helder beeld krijgt van wat u belangrijk vindt. En overzicht van deze vragen en antwoorden per insulinepomp kunt u vinden bij de Keuzehulp.

Insulinepomptherapie wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Hiervoor dient uw zorgprofessional wel een machtigingsaanvraag in te dienen bij uw zorgverzekeraar. In deze machtiging geeft uw zorgverzekeraar aan welke medische indicatie er is voor de aanvraag van de insulinepomp.

Insulinepomptherapie is een complexere behandeling van diabetes dan de behandeling met insuline-injecties en tabletten. Om in aanmerking te komen voor insulinepomptherapie moet daarom aan een aantal criteria worden voldaan. Dit houdt in dat u, ondanks optimale zelfregulatie met intensieve insulinebehandeling, nog geen goede diabetesregulatie gerealiseerd krijgt. Dit is zeker van belang wanneer een scherpe diabetesregulatie nodig is, zoals bij zenuwpijnen of een zwangerschapswens.

  • Voorgevulde of lege insulineampullen.
  • 10 ml of 3cc flacons (ultra-)kortwerkende insuline. NB: er zijn insulinepompen met voorgevulde ampullen, maar dat geldt niet voor alle pompen. Vindt u het lastig om de ampullen zelf te vullen, dan kunt u ook uw apotheek vragen om dat te doen.
  • Een verpakking Glucagon. Glucagon kan gebruikt worden in noodsituaties mocht u een ernstige hypo krijgen en buiten bewustzijn raken.
  • Twee sets reservebatterijen.
  • Infuussets en eventueel infuuspleisters.
  • Reserve adapter.
  • Reserve batterijdop.
  • Bloedglucosemeter met minimaal vijftig teststrips en naaldjes.
  • Korte gebruiksaanwijzing voor de insulinepomp (stappenplan).
  • Kortwerkende en/of ultrakortwerkende ampullen voor de insulinepen, een insulinepen en pennaaldjes.
  • Niet alle insulinepennen kunnen tegen water. Voor het douchen is het douchezakje een handig hulpmiddel. De pomp kan in het douchezakje om de nek gehangen worden zodat het niet nodig is de pomp vast te houden.

U kunt ervoor kiezen om uw ampullen voor de insulinepomp te laten vullen bij de apotheek. U kunt ook zelf de ampullen vullen. Dat is geen moeilijke klus, maar u moet er wel even de tijd voor nemen. Zo voorkomt u luchtbellen of andere problemen. Enkele tips voor het zelf vullen van ampullen voor de insulinepomp:

    1. Let op hygiëne: was uw handen voor het vullen van de ampul. Reinig ook de rubberen dop van het flesje insuline.
    2. Haal het flesje insuline ruim van tevoren uit de koelkast; hoe kouder de insuline, hoe meer kans op luchtbellen.
    3. Volg bij het plaatsen van de ampul de specifieke instructies op van uw handleiding.

Een insulinepomp is schokbestendig en zou dus tegen een stootje moeten kunnen. Wanneer de insulinepomp is gevallen, is het wel belangrijk om de insulineampul te controleren op barsten. Als de ampul lekt, moet u deze vervangen. Na een harde val is het mogelijk dat de pomp technisch niet meer goed functioneert. U zult dan een foutmelding krijgen. Neem in dat geval contact op met de fabrikant voor eventuele reparatie van de pomp.

Een metaaldetector heeft geen invloed op de werking van een insulinepomp. Anders is het met de zogenoemde full body scan op vliegvelden. Het advies is om de pomp af te koppelen als u een full body scan moet ondergaan. Belangrijk is het om een medische verklaring van uw zorgprofessional bij u te dragen, zodat douanebeambten begrijpen dat u een insulinepomp draagt voor uw diabetes. Laat eventueel uw insulinepomp zien. Wanneer de infuusset losgekoppeld kan worden bij de naald is het eenvoudig aan te tonen dat de metaaldetector op de insulinepomp reageert. 

De deksel moet minimaal eens per jaar vervangen worden. Voor de reservoirdop geldt een richtlijn van zes maanden. Werkt u in een stoffige ruimte dan dient u de deksel vaker te vervangen. Dit om de waterdichtheid van de insulinepomp te garanderen.